Praktisch

Plaatsing
Systemen staan op het aanrecht of op de vloer.
Aanrecht betekent: dichtbij tijdens het koken, beperkte ruimte.
Vloer betekent: meer capaciteit, minder zichtbaar, minder handelingen.
Geluid
Systemen maken geluid tijdens gebruik.
Dat geluid is bedoeld om niet storend te zijn in een keuken of werkruimte.
Bij continu gebruik is het geluidsniveau laag en constant.
Geur
Bij normaal gebruik ontstaat geen blijvende geur.
Geur ontstaat vooral als etensresten te lang blijven liggen of als onderhoud wordt uitgesteld.
Dat is geen storing, maar een signaal dat het systeem aandacht nodig heeft.
Onderhoud
Alle systemen vragen onderhoud.
Dat betekent: legen, schoonmaken en soms onderdelen vervangen.
Hoe groter en doorlopender het systeem, hoe minder vaak dit nodig is per hoeveelheid afval.
Restproduct
Na verwerking blijft een kleiner en stabiel restproduct over.
Dat kun je gebruiken, bewaren of weggooien.
Gebruik is geen verplichting. Het doel is dat etensresten niet blijven liggen.
Stroom
Systemen gebruiken stroom tijdens gebruik.
Bij continu werkende systemen is dat gelijkmatig verdeeld over de dag.
Bij cyclische systemen gebeurt dit in korte, intensievere momenten.
Wat je níét hoeft te doen
Je hoeft geen afval te scheiden.
Je hoeft niets toe te voegen.
Je hoeft er niet dagelijks aan te denken.